Dinsdag 8 mei speelden Rob Baltus en ik om een plaats in de bekerfinale.
Rob, met zwart, kwam goed uit de opening, stond wat actiever en had, na de ruil der lichte officieren, geen enkele zwakte.
Wit moest daar activiteit op de damevleugel tegenoverstellen. Hij zette zijn pionnen op b4 en a5, waarna een volstrekt gelijkwaardige stelling ontstond. Maar toch leek de zwarte positie minder goed dan hij in werkelijkheid was. Zwarts koning had geen vluchtgat en z’n dame stond op d8. Rob vreesde daarom  een doorbraak naar de 8e rij van wits toren op a1.
Die vrees was ongegrond, zo bleek in de analyse, maar leidde wel tot onnodig pionverlies en, na dameruil, verlies van de partij: 1-0.
De charmante Susan deed  toen in al haar bevalligheid de loting voor de finale: W.Vos met wit tegen M. van der Meij met zwart.
wv.